woensdag 13 oktober 2010

Een lekkere woestijne cola


04-01-2010, vandaag gaan wij naar Niamey om twaalf uur zou de bus komen, maar het is later geworden dan wat gezegd is. Om kwart voor twee komt de bus er aan, bij het instappen was wat chaos, want in plaats van de namen van de mensen op te noemen ging iemand aan de deur staan, en iedereen die een kaartje had ging bij de deur staan.
Nu wil iedereen instappen, dat ging niet zonder moeilijkheden, met duwen en trekken zijn wij toch ingestapt, en vertrokken. Onderweg bij Badigichiri stopt de bus om nog mensen te laten instappen, hoewel er geen plaats in de bus was gingen een paar mensen staan, een van de medewerkers van het vervoerbedrijf komt langs iedereen om te kijken of er plaats is.
Hij leunt naar voor over een stoel voor ons, en vroeg of het meisje naast mij een vervoerbewijs bij zich heeft, ik zei nee, toen zei hij dat zij moest meekomen, ik zei, “waarom?” Hij zei, zij moest gewoon meekomen, ik zei tegen hem dat hij onmiddellijk uit mijn gezicht moest verdwijnen als hij niets te doen heeft, want dit is mijn dochter.
Hij zei “neemt u mij niet kwalijk, ik vraag het gewoon omdat wij plaatsen nodig hebben voor mensen die nu ingestapt zijn”. “Ik zei je toch, je hebt de lijst van alle mensen die betaald hebben of gereserveerd hebben”, toen is hij weggelopen.
Ik kan het gewoon niet hebben, dat de mensen hier de regels niet respecteren. Zij proppen gewoon mensen in de bus, terwijl het niet toegestaan is om mensen zonder zitplaatsen in de bus mee te nemen.
Om half negen s’ avonds zijn wij in Niamey aangekomen. Terwijl ik onze koffer en trolleys uit de bus nam, stond mijn vrouw en kinderen te wachten naast de bus, mijn vrouw krijgt natuurlijk veel aandacht van de lokale bevolking, constant wordt zij aangesproken “Madame, bon arriveé”, un taxi?”, Madame…
Wij werden gelijk door een kruier naar een in een rij wachtende taxi geloodst, alleen deze taxi stond geparkeerd in een rij taxi’s, die kort op elkaar geparkeerd stonden. Wij stapten in, de chauffeur stapt in de auto, start de motor en rijdt de auto achteruit om plaats te maken om tussen de rij uit te komen. Zoals gewoonlijk interesseert het niet dat hij in volle vaart tegen de achterste taxi aanrijdt, in zijn vaart schuift hij de taxi nog een paar centimeter verder achteruit. De andere taxichauffeur, wachtend op een vrachtje roept “kai”, en begon te lachen samen met onze chauffeur. Geen probleem, onze taxi kon nu zonder problemen vertrekken…Blikschade is normaal hier in Niger, als de motor het maar doet. Regelmatig vind je ook een taxi waarvan de voorruit een scheur heeft, de bekleding kapot is, geen binnenspiegel en/of zijspiegels, of zoals wij al eerder meegemaakt hebben, dat de achterbank door de vorige meerijder bevuild is geworden, een paar honderd vliegen bevat, die wij zodra wij gingen rijden met open raampjes naar buiten hebben verwezen.
Aangekomen in hotel Maourey, krijgen wij een kleine kamer toegewezen, die ik absoluut niet accepteer. Na bijna het hele hotel (het is maar klein) geïnspecteerd heb, kies ik een andere kamer. Met de belofte van de receptionist dat wij de volgende dag een grotere kamer zou krijgen, trekken wij hier in. Omdat wij nogal honger hadden, zo laat ’s avonds, verwees een medewerker van het hotel ons naar het dichtstbijzijnde “discorestaurant” aan de overkant. Lekker, je komt er binnen, maar je bent toch buiten, het is toch een soort terras met flikkerlichtjes. Er wordt gevraagd, “wilt u liggend eten of zittend?” Natuurlijk zittend, alhoewel, het ziet er lui uit om op een matras te kunnen eten. Nadat we de menukaart gezien hebben en gehoord dat niet alles te krijgen was vanaf de kaart, besloten we gezien de prijzen, maar gewoon een hamburger te nemen. Na een hele tijd wachten (want je hebt honger), kwam inderdaad een (oud) groot brood(je) met flink gekruid gehakt tussen. Voor de prijs niet te vergelijken met andere restaurants die goedkoper, een lekkerdere hamburger kunnen maken. Dit naar binnen gewerkt en snel weer naar onze kamer, waar deze eerste nacht in het hotel voor mijn vrouw en ik een beetje ongemakkelijk te slapen was op een éénpersoons matras, de kinderen lagen prinsheerlijk op het tweepersoon bed.
Een kleine tip, ga naar een restaurant vóór je honger hebt, want in Niger duurt het lang voordat je eten klaar is, maar als je eten krijgt dan verwacht men dat je het binnen één minuut allemaal op hebt. Lang natafelen is er niet bij.
De volgende ochtend gingen wij lekker ontbijten in een echte lunchroom, met chocolade broodjes/omelet/croissants met koffie,thee,chocomel of jus d’orange. Met een volle maag zijn we toen op zoek gegaan naar het ons bekende weeshuis, die we ook na een kleine omweg, in de hitte, gevonden hebben. Het ligt in een steegje waar, als je hier naar binnen gaat een bord staat met de vermelding dat openbaar urineren een zware boete oplevert. Gezien de stank, trekken de mensen zich hier weinig van aan, een amoniak-lucht zwerft langs je neus, dan maar snel doorlopen… De madame van het weeshuis laat net een paar sponsors uit als wij aankomen, ze is oprecht blij ons te zien. De envelop met geld, die wij aan haar geven, verdwijnt zonder naar de inhoud te kijken tussen het kasboek in. Op de vraag van mijn vrouw of het weeshuis ook problemen heeft met de hoge kosten van voedsel komt er een ietwat bewonderende blik op het gezicht van deze vrouw, dit was een vraag die zij niet verwacht had. Zij vertelt ons, dat vanwege de voedseltekorten en hoge prijzen, de subsidie van de regering ingetrokken is en daardoor is zij blij met alle giften die zij binnen krijgt. Dit keer wordt dan ook het geld niet besteed aan schooluniformen maar aan voedsel.

Niger een vergeten land


06-01-2010 ons laatste dag in Niger, een dag waar wij veel willen doen met weinig tijd, haarvlechten, zwemmen, over de markt lopen, naar de nieuwe brug gaan kijken, bij de president op bezoek gaan. Dat zijn onze plannen voor vandaag. Terwijl mijn vrouw en kinderen in het hotel achterbleven bij een ervaren ‘haarvlechtster” ging ik met Housseini bij hem thuis kijken hoe het zat met de mega-lunch/diner, met een bedrag van ongeveer 40 euro had ik een maaltijd laten bereiden voor diverse straatkinderen. Housseini werd hard aangesproken door een vrouw uit de buurt, die tijdens haar tirade vroeg “Waarom zijn mijn kinderen niet uitgenodigd voor het eten”, waarna Housseini duidelijk aangaf dat het om kinderen ging, die geen familie hadden die voor hen zorgden. Uiteindelijk begreep ze het wel een beetje, alhoewel ze het duidelijk als een gemiste kans zag. Ik kocht voor haar kinderen zakjes melk en ze ging dankbaar haar eigen weg.
Een bezoek brengen aan de president was niet een succes, want na drie kwartier wachten bij de presidenteële woning, komt de secretaris ons vertellen dat de president nog niet wakker was want hij had een zware dag achter de rug, of wij tot negen uur kunnen wachten. Nee, zei ik, wij moeten om half tien naar het vliegveld om onze vlucht naar Nederland te halen. Oh, zei hij, gaan jullie vandaag?, ik dacht dat je de zevende zouden gaan, ja zei ik ons vliegtuig vertrekt om een uur s’ nachts dus wij moeten drie uur voor vertrek bij het vliegveld zijn.
“Oh wat jammer”, zei hij “de president weet van jouw komst en nu ga je weg zonder hem te zien”, ik zei “het kan niet anders, ik vind het ook jammer maar het zit er niet in om Mamadou Tandja te ontmoeten deze keer, maar wie weet volgende keer misschien”. De secretaris heeft ons naar het hotel gebracht, bij aankomst in het hotel, vroeg ik hem of hij even met ons wat wil drinken. Hij stemt ermee in om met ons iets te drinken. Wij gingen op het terras zitten en over de gebeurtenissen praten, hij vertelde mij dat de president onder vuur lag, want er is van alles aan de hand op dit moment in Niger.
De opposities eisen het aftreden van de president en hij wil niet aftreden omdat hij van mening is dat het volk hem herkozen heeft en de opposities geven hun aanhangers de opdrachten onrust in het hele land te zaaien totdat de president zou aftreden. Wij hebben wat gedronken, mijn vrouw is er ook bij komen zitten en een vriend van ons, Faycal. Even later heb ik gezegd “ik kan niet langer met jullie praten, want wij moeten alles snel inpakken de taxi komt ons zo ophalen.
De secretaris zei “ik kan jullie brengen”, ik zei “nee, dat hoeft niet ik heb al de taxi besteld” hij is toen weggegaan. Faycal is nog even gebleven totdat de taxi kwam, met behulp van de hotel medewerkers hebben wij alles snel ingeladen. Op het moment dat ik in de taxi wil instappen zag ik Housseini aankomen, “gaan jullie weg”, zei hij, “ja” zei ik, “waar was je?” vroeg ik. “Ja, ik kan niet zo snel een taxi naar hier vinden”, hij was het meisje die mijn dochtertjes de haren had ingevlochten, naar huis gaan brengen.
Wij zijn vertrokken naar het vliegveld. Daar aangekomen wordt je door veel handelaars belaagd die je van alles willen verkopen, zoals de ene waar wij onze CFA wisselden naar euro. Wij waren met hem bezig, toen wij Housseini uit de taxi zagen stappen, “oh ben je ons achterna gekomen?” Vroeg ik aan hem, “ja”, zei hij, “ik kom jullie uitzwaaien”.
Wij moeten nu binnen gaan inchecken, het is niet vlekkeloos gegaan, want wij hebben alles in één koffer gedaan die met de bagage meegaat, maar de koffer weegt 29 kilo en het moet 24 kilo zijn. Dus wij moeten 5 kilo uit de koffer halen, zo gezegd zo gedaan. Maar toen werd er gezegd, dat onze handbagage te groot was, wij hadden zo’n lokale tas wat zij noemen Gari yayezafi (de stad is mij te warm) als handbagage, een nylon tas met rits die kleiner is dan onze trolleys, maar dat mag niet, het is te groot!!! en daar zitten alleen maar de jassen van ons in, die we nodig hebben in Düsseldorf.

Een waterput droom


Dat moet je allemaal meemaken met vermoeide kinderen, de hele dag bezig geweest met van alles en nu dit allemaal. Nu moeten wij door alle die controles heen naar de wachthal, wachten op het vliegtuig. Allereerst langst de balie “santé”, hier wordt verrassend genoeg gevraagd om de inentingsboekjes. Gemakkelijk, die zit in mijn trolley, ik haal de boekjes eruit, het blijken alleen die van mijn vrouw en kinderen te zijn. “Non, le votre”, ik begin weer te graaien in mijn trolley en nadat mijn vrouw ongeduldig had geroepen “mon Marie il a un bon santé”, lieten zij ons gemoedelijk door. Om twee uur s’ nachts waren wij vertrokken van Niamey naar Tripoli, om half zes s’ morgens zijn wij in Tripoli geland. Nu moeten wij vijf uur in Tripoli wachten voor de volgende vlucht naar Dusseldorf.
Om half twee s’ middags zijn wij in Dusseldorf geland, daar wacht mijn zwager met de auto op ons. Hij heeft ons opgehaald en is toen doorgereden naar de camping Sanlanaco waar hij samen met zijn vrouw woont en ook de verantwoordelijkheid voor draagt. Daar hebben wij wat gedronken en de kinderen hebben een ijsje gegeten (buiten -5 C), daarna zijn wij naar huis gereden. Ik was zo moe dat ik om vijf uur naar bed ben gegaan.
Het was weer een avontuurlijke reis, maar dit is altijd, als ik naar Niger ga gebeuren dingen die ik bijna niet durf te vertellen omdat ik denk dat de mensen mij niet willen geloven. Ik maak dingen mee in mijn reizen die heel bijzonder zijn en ontroerend.
Ik ben al een tijdje bezig met geld inzamelen voor een waterput in Niger, en ik werd in mijn hotel in Niamey gebeld door een kennis van mij in Nederland of ik iets voor hem mee kunnen meenemen. Ik zei “ja”, maar ik wist niet wat, toen zei hij “ik geef jouw telefoonnummer aan mijn familielid in Niamey hij zal contact met je opnemen”, ik zei “is goed”.
Inderdaad die man heeft mij gebeld en zei “ja, ik ben familie van You, die in Nederland woont ik zou iets meegeven wat je voor hem meeneemt”. Ik zei “ja dat klopt You had mij het verteld”. “Ja”, zei hij “ik kom om zes uur bij je bij het hotel”, ik zei “oké geen probleem”.
Wij waren bij een leuk restaurant gaan eten, toen wij klaar waren met eten zijn wij met een taxi naar het hotel teruggegaan. Toen ik uit de taxi stapte zag ik meteen een man in militaire kleding op een stoel voor het hotel zitten, dat was die man die mij gebeld had. Ik loop naar hem toe, en gaf hem een hand en zei “ik ben Abakoula”, ja zei hij “ik ben Mounkayla”, “ik ben familie van You”. “Oh, ja” zei ik “kom wij gaan binnen zitten”.
Ik heb wat te drinken besteld, en we hebben wat gepraat. Toen zei hij “ik heb wat geld dat je zou meenemen naar Nederland voor You”, ja zei ik “hoeveel?”. Hij zei, “wacht even, ik ga het halen”, hij ging om de hoek en nog geen minuut later komt hij terug en haalt hij een pak geld uit zijn zak, “even tellen” zei hij.
Allemaal briefjes van vijftig, honderd en vijfhonderd euro’s, “het is achtduizend en negenhonderd euro” zei ik, “dat klopt” zei hij, ik was even stil, “zoveel geld” zei ik, “waarom doe je het niet via de bank of GWK?”, zei ik. “Dat gaat niet via GWK en via de bank gaat het te lang duren voor dat het in Nederland aankomt” zei hij.
Ik weet niet wat ik moet denken, mijn vrouw zit naast mij, ik gaf haar het geld en ik zei “doe je het in jouw tas even voor mij”, zij kijkt mij zo aan alsof zij ging zeggen ‘ik draai jouw nek om, wat doe je mij nu aan?’, zo veel geld heb ik nooit in mijn leven in mijn handen gehad. Ik heb gelijk een papier en een pen gepakt en aan Faycal gegeven en heb gezegd “maak mij een brief, jij bent de getuige”, Mounkayla zei, “het geld is echt legaal, je hoeft niet bang te zijn als er iets gebeurd.
Ja, eh, ik ga echt niet moeilijk doen als ik tegengehouden word, ik geef het geld af en dan moet You maar zien hoe hij het geld terugkrijgt, maar daar zit ik echt niet mee, waar ik mee zit is dat ik in een omgekeerde wereld zit. Ik ben nu drie jaar bezig met geld in te zamelen in Nederland voor een waterput in Niger, nu moet ik zo veel geld vanuit Niger meenemen voor iemand in Nederland, dat is onbegrijpelijk toch?
Zulk een situatie is mij eerder deze dag ook gebeurd toen mijn dochter, Housseini en ik naar de nieuwe brug gingen kijken werden wij bijna door een Hummer overreden, ik wist niet wat ik zag, een Hummer in Niger, wat moet iemand met zo een Auto hier in Niger? Het land, waar bij elk stoplicht talloze bedelaars je belagen en je gelukkig bent als je een slokje water kan krijgen hier, en zie je iemand in zo een auto rijden, dan valt je niets meer in.
Ik begrijp het gewoon niet meer, ik leef in een omgekeerde wereld, dat is niet een normale wereld meer, dit is een wereld waar de ene probeert te overleven en de andere zwemt in de luxe. De wereld waar de ene zo veel heeft en de andere helemaal niets, de wereld waar verschil tussen arm en rijk zo groot is, maar wat kan een geitenhoeder doen in dit grote verschil? Niets, alleen maar blijven hopen dat een dag zal komen, waar alles gelijk wordt verdeeld tussen alle mensen, zodat het verschil tussen arm en rijk in de wereld verdwijnt.
Gelukkig, toen ik thuis was in Nederland heb ik mijn mailbox geopend en vond ik talloze reacties van mensen die hetzelfde denken als ik. Ik heb sommige berichten met tranen in mijn ogen gelezen, berichten van mensen die ik helemaal niet ken, maar die mijn idee heel goed vinden, en mij steunen. Het was voor mij een troost, dat dit mij een gevoel geeft, dat ik niet alleen ben op deze aarde met een zwak hart voor diegenen die minder hebben.
Elke reis die ik meemaakt naar Niger kost mij handenvol geld, niet alleen mijn ticket en mijn verblijf in Niger kost mij geld. Ook zoals deze keer moest ik voor twaalf gezinnen een voedselbank openen.
Ik ben niet alleen met stichting AMAN-IMAN bezig, maar ook met mijn familie en vrienden, vanwege de mislukte oogst dit jaar dreigt een hongersnood in Niger. Ik heb uit mijn eigen zak zeventien honderd euro over moeten maken voor een voedselbank voor deze mensen. Het is niet zoveel geld, maar ik verdien ook niet zo’n vetpot. Al ons spaargeld ging op met deze reis naar Niger. Maar ja, als deze twaalf gezinnen met 1700,= euro tien maanden tot een jaar genoeg voedsel hebben dan is het niet veel ten opzichte van wat wij per jaar uit geven. Maar ik moet wel extra hard werken om dit te kunnen doen.
Het lijkt alsof ik aan het klagen ben, maar het is niet zo, ik ben echt een gelukkig mens, dat ik de mogelijkheid heb om hetgene wat ik doe, te doen, het maakt mij gelukkig. Het geeft mij gewoon een heerlijk gevoel, en ik heb de volledig steun van mijn vrouw, want zonder haar steun had ik dit allemaal niet kunnen doen. Mijn vrouw is een uit duizenden, een gewoon Nederlandse vrouw, die het soms met wat minder moet doen, maar zij doet het, zomaar voor mij en voor de mensen daar in Niger.

woensdag 4 augustus 2010

Nieuws Uit Niger


Petit royaume vassal de l’empire du Mali, le Songhaï prend son autonomie au début du XIVe siècle. Sous le règne de Sonni Ali Ber (1464-1492), les armées songhaïs conquièrent un immense territoire et constituent un vaste ensemble, qui atteint son apogée sous le règne de l’Askia Mohammed (1492 ou 1493-1528) : il étend alors sa puissance sur le Niger, le Mali et une partie de la Guinée et du Sénégal actuels, avant de se disloquer. En 1890, en concurrence avec les Anglais, les Français affirment leur main mise dans la zone (en 1899 la mission Voulet-Chanoine* sème la terreur), et en 1921 ils en font une colonie française.

Un cycle de régimes autoritaires

Devenu « territoire d’outre-mer » en 1946, le Niger acquiert son indépendance en août 1960. Hamani Diori, le premier président, qui eut un rôle actif dans le mouvement des Non-alignés et fut l’un des pères fondateurs de l’organisation de la Francophonie, est renversé en 1974 par un coup d’État militaire et remplacé par le lieutenant-colonel Seyni Kountché, chef d’un Conseil supérieur militaire. Kountché, très autoritaire et rigoureux, imprime sa marque en contribuant à améliorer le fonctionnement de l’administration.

En 1987, son chef d’état-major, Ali Seybou, lui succède avant d’être élu président en 1989. La revendication démocratique (émeutes étudiantes en février 1990) intervient alors que le régime est affaibli par les difficultés économiques et financières, et par la rébellion touareg apparue en 1990 dans l’Aïr, et en 1991 une Conférence nationale instaure le multipartisme, puis un gouvernement de transition civil est mis en place.

En 1993, Mahamane Ousmane remporte l’élection présidentielle. Il signe, en 1995, un accord de paix avec la rébellion. En 1996, l’armée reprend le pouvoir, instaurant une phase de grande instabilité : le colonel Ibrahim Baré Maïnassara fait adopter une constitution de type présidentiel et est élu président. Il est assassiné en 1999 par des militaires dans un contexte de crise sociale et économique aiguë. L’armée rend le pouvoir en 1999 avec l’organisation d’une élection présidentielle qui donne la victoire à Mamadou Tandja, du Mouvement national pour la société de développement (MNSD), l’ex-parti unique. Il est réélu en 2004 avec 65,53% des suffrages exprimés.

Le second mandat du président Tandja sera marqué par une nouvelle grave crise alimentaire à partir de novembre 2004, par la reprise de la rébellion dès 2007 et le refus du président Tandja de quitter le pouvoir au terme de son second et dernier mandat en décembre 2009.

Dés le début de 2009, le régime va se durcir avec la politique du « Tazartché » « continuer » en langue haoussa. Des campagnes orchestrées par le pouvoir prétendent que le président Tandja Mamadou doit rester au pouvoir au-delà de la fin normale de son mandat pour « achever son œuvre....C’est le peuple qui le lui demande ».

Progressivement courant 2009, ses partenaires politiques s’éloignent, les partenaires économiques étrangers placent le Niger au banc des nations. Le président Tandja veut passer en force : il organise un référendum constitutionnel le 4 août 2009 pour s’octroyer trois années de plus à la tête du pouvoir et prévoir un nombre illimité de mandats. Ce référendum va isoler un peu plus encore le pouvoir nigérien. Jusqu’au 18 février 2010. Ce jour là, un petit groupe d’officiers organise un coup d’État. Le président Tandja est destitué. Le Conseil suprême pour la restauration de la démocratie avec à sa tête le colonel Salou Djibo s’installe au pouvoir. Le CSRD met en place des institutions de transition et promet de remettre le pouvoir aux civils le 1er mars 2011.

« Niger : 1 femme sur 7 meurt pendant sa grossesse ou lors de l’accouchement. Grèce : 1 sur 25 000.

Source : Save the Children »

Un cycle de sécheresses

Niamey. Journée de mobilisation organisée par l’organisation 350 qui lutte contre le réchauffement climatique.

L’économie du Niger repose largement sur son agriculture et se trouve donc très dépendante de l’évolution des conditions climatiques.

Le pays fait régulièrement face à des difficultés alimentaires**, comme lors de la grande sécheresse de 1973.

En juin 2005, plus de 3,3 millions de personnes souffraient à nouveau de la famine, à la suite d’une mauvaise saison des pluies et d’une invasion de criquets.

L’uranium, dont le pays est le troisième producteur mondial, à égalité avec la Russie et derrière le Canada et l’Australie, est son principal produit d’exportation (il représentait, en 2003, 62,6% de ses exportations), mais il est lui aussi très dépendant des cours mondiaux qui sont en baisse constante depuis plusieurs décennies.

À partir de 2005, le président Tandja s’engage dans la vente de contrats miniers : uranium et pétrole. Il en distribuera une centaine Les partenaires sont principalement des sociétés chinoises, australiennes et françaises. Le français Areva, n°1 mondial de l’uranium, partenaire historique du Niger dans l’exploitation de l’uranium remporte début 2008 le contrat d’exploitation du plus grand site uranifère d’Afrique : Imouraren.

Appartenant à la catégorie des Pays les moins avancés (PMA), le Niger, qui a un secteur privé très peu développé, est également fortement tributaire de l’aide internationale (elle finance 60% de son budget opérationnel).

En 2004, après avoir suivi les prescriptions du FMI, il bénéficie d’un allégement de 60% de l’encours de sa dette extérieure.

Depuis 2000, le pays a retrouvé une croissance positive.

La situation économique et sociale du pays, face à une croissance démographique forte reste cependant toujours très fragile***, et elle se montre très sensible aux conséquences de la crise en Côte d’Ivoire : en 2005, une augmentation de la TVA sur les produits de première nécessité a entraîné un mouvement social important à travers le pays.

dinsdag 23 maart 2010

Niger coup:Good for Touareg rebels, bad for uranium investors


Christian Science onitor - 23/03/10

Niger coup: Good for Tuareg rebels, bad for uranium investors
Tuesday 23 March 2010

Agadez- The military junta announced it will audit all uranium exploration permits awarded before last month’s Niger coup. Evidence has emerged that the permits enriched the ousted president and devastated the Tuareg population.

The military junta that ousted Niger’s president raised transparency expectations and sent stocks sliding over the weekend with the announcement that it would audit all uranium and gold contracts. The announcement came just days after a coalition of pressure groups petitioned the junta to renegotiate mining contracts awarded under ousted President Mamadou Tandja.

Skip to next paragraph Related Stories Niger Delta militants vow more attacks A crusading publisher pushes Niger’s limits The world’s third-largest uranium deposit lies in northern Niger, the poorest zone in what the UN calls the world’s poorest country. With more governments backing clean, uranium-fueled nuclear energy to replace coal-burning power, foreign investors from China, Australia, South Africa, America, and Canada have flocked to the landlocked Saharan state.

Niger’s authorities have awarded at least 50 uranium exploration permits in the two years since government officials busted a 40-year mining monopoly held by France’s Areva SA, according to mining officials. But government watchdogs say these opaque contracts illegally enriched Mr. Tandja and his family, even while food shortages plagued the Saharan state.

Until recently, little has been known about expanded uranium prospecting in northern Niger, which has become a flashpoint between insurgent Tuaregs and the southern-based government over mining rights. In the chaos surrounding the 2007 armed Tuareg rebellion, Tandja’s administration implemented a media blackout in the northern zone, banning foreign journalists, censoring local reporting on uranium and the northern rebellion, and even suspending Radio France Internationale broadcasts for one month on accusations of sympathizing with rebels.

As Tandja’s ouster in February allows light to be shed on the cloistered northern region, new details of corruption and devastation inflicted on mainly Tuareg civilian populations are emerging.

Land mines and radioactive contamination The seeding of land mines throughout the Air Mountains – which the armed forces and rebels on each other – has rendered villages such as Iferouane and Elmeki uninhabitable. The entire seminomadic population of Elmeki (an estimated 600-1,000 families) was forced to flee to Agadez, according to Igor Rugengeka, a Burundian coordinator for Doctors Without Borders in Agadez.

A once-thriving tourism industry that sustained local businesses and artisans is now decimated in the Saharan caravan capital Agadez, reduced to little more than a stopover for African migrants and internal refugees heading north toward Libya and, for a lucky few, Europe. On average, 2,000 refugees a month pass through Agadez, driving up food prices and unemployment, according to Mr. Rugengeka.

Meanwhile, scientists documented dangerous levels of radioactive contamination still present in water and dirt in a survey of uranium mining villages Arlit and Akokan conducted by Greenpeace International and France’s CRIIRAD, an independent watchdog group. A full report of findings is due later this month.

Seeking benefits for local populations Disputes over uranium have fanned tensions between Tuareg rebels and authorities since the early 1990s. Nevertheless, hopes are now running high that the ouster of Tandja will pave the way for a binding resolution, ideally one that will reinvest uranium profits into northern economic development.

Tuareg rebel leaders are at present gathered in the capital Niamey, where splintered rebel factions have reunited for negotiations with the junta, hoping to hammer out a road map to accelerate the peace process, according to rebel chief Aghaly ag Alembo.

“We hope to implicate all of the people of the region in the economic spin-off of mining in the north, and that there will be a benefit as well for the nomadic populations in these regions,” Alembo said by phone from the capital.

“Peace would not have lasted with the former regime,” Ahmed Akoli, political secretary of the Niger Movement for Justice (MNJ), said by phone from Paris. The stakes are high, according to Akoli, who said 6,000 rebels remain armed pending a written resolution.

donderdag 11 maart 2010

"WAT VOOR DE ENE GELUK IS, IS VOOR DE ANDERE EEN HEL"


‘’Wat voor de ene geluk is, is voor de andere een hel’’

Ik ben gelukkig als ik in een auto rijd, en ik reis graag met het vliegtuig, maar weet je dat als je mijn moeder in een auto stopt, dat je beter gelijk met haar naar het ziekenhuis kunt rijden, en als je haar in een vliegtuig stopt dat je beter een begrafenisondernemer kunt inschakelen.
Weet je dat bepaalde asielzoekers, gelukzoekers worden genoemd, maar hoe komen wij eigenlijk daar op? Zie je, hoe gemeen een mens kan zijn. Dit is iets wat wij als het rijke Westen bepaald hebben om mensen die uit arme landen naar onze rijke landen komen, gelukzoekers te noemen.
Maar wat wij vergeten is dat iedereen gelukzoeker is. Wij noemen bepaalde asielzoekers gelukzoekers, omdat volgens ons, de Westerse denkwijze, dat mensen die hun land ontvluchten terwijl daar geen oorlog is of hun leven niet in gevaar is, dat het gelukzoekers zijn.
Maar wat wij “het rijke Westen’ vergeten, is dat wij dat systeem bedacht hebben om de armen tegen te houden die naar onze rijke landen willen komen. Maar wie zegt dat iemand die van een rijk land naar een arm land gaat niet een gelukzoeker is?. Er zijn er genoeg die naar een arm land gaan op vakantie of voor hun werk of voor een studie, of ze gaan emigreren naar een arm land om hun ongelukkige leven, ondanks bedolven in een ongekend rijkdom toch een ander leven zoeken, waarom worden zij niet gelukzoekers genoemd?.
Wat wij vergeten is, dat geluk zoeken voor ieder mens geldt, of je uitgehongerd uit Timbuktoe naar Darisalam gaat, of dat je met een miljoen naar Thailand gaat, waar je door talrijke meisjes/jongens gemasseerd wordt, dan ben je toch een gelukzoeker.
Een mens kan gemeen zijn, hij is altijd in staat om eerder anderen aan te wijzen als minderheid dan zichzelf. Maar wat nog gemener is, is dat wij niet zonder elkaar kunnen leven, maar toch maken wij onderscheid onder elkaar, dat maakt ons gelukkiger. Ik kan je honderden voorbeelden noemen, zoals een Imam die een vrouw weigert een hand te geven, of een pastoor die een prins carnaval weigert ter communie te gaan of Geert Wilders, die zijn haar rechtop ging staan van geluk omdat Balkenende zijn kabinet niet haar termijn haalde en ga maar zo door.
Dat zijn dingen waar een mens gelukkig mee wordt, bloed onder elkaars nagels halen, maar wij kunnen niet zonder elkaar. Ik kan mij niet voorstellen dat wat wij allemaal tegen elkaar roepen, dat wij dat werkelijk menen, want er hoeft maar iets te gebeuren dan staan wij elkaar aan te kijken. Wie doet wat? Er hoeft er maar één van ons te beginnen dan gaat de rest ook mee, het zij kwaad het zij goed.
Kijk maar wat er gebeurde toen de aardbeving Haïti teisterde, gingen wij massaal inzamelingsacties houden. Miljoenen hebben wij ingezameld voor Haïti, maar wij weten al vóór de aardbeving dat duizenden Haïtianen onder de armoedegrens en in ellende leven, maar daar trekken wij ons niets van aan, die mogen zelfs niet naar onze landen, want ze zijn gelukzoekers.
Mijn zus vroeg aan mij “hoelang duurt het nog voordat je waterproject klaar is?” Ik zei “dat weet ik niet, het kan nog lang duren”. “Maar waarom duurt het zolang?” vroeg ze nog een keer. Ik zei “als wij morgen wakker worden en de helft van het hele dorp is omgekomen van diaree en allerlei ziektes, dan hebben de overblijvers morgen schoon drinkwater”.
“Wat gemeen ben je” zei mijn moeder, die naast mij stond. “Ja, mam”, zei ik, “dat is de realiteit, kijk maar naar tsunami, wij helpen elkaar als de ellende aanzienlijk is, anders zijn jullie gelukzoekers en een gelukzoeker heeft geen recht om hulp”.
Ja, mam, de mens is gemeen en tegelijkertijd zit heel veel liefde in het hart van de mens, maar toch begrijp ik soms niet, hoe wij omgaan met elkaar, als mens zijnde. Maar ach, wie ben ík om het te begrijpen?. Gelukkig dat wij niet allemaal het zelfde zijn.
Abakoula Argalaless

PvdA Spreekt Arabisch


Assalama laikum Redactie,

Wilders: PvdA spreekt Arabisch,
Zo staat het in uw krant van vrijdag 26 februari 2010.
Ik zou u willen vragen om mijn boodschap door te geven aan mijn "Idool" Geert wilders.
Lieve Geert, ik ben een zwevend kiezer, wanneer komt u wel eens met een serieus plan, dat mij en andere duizenden zweefkiezers kan overtuigen om op u te stemmen? Wanneer gaat u de woorden gebruiken die mij over de streep kunnen halen om in u te geloven dat u de juiste man bent die Nederland uit de ellende waar wij nu in verkeren, te helpen?.
Geert, u valt steeds in herhaling, zoals uw toespraak van gisteren in Almere, ik geloof hetgene wat u zegt, het is ons overduidelijk dat wanneer u aan de macht komt, dat u alles zou doen om de Nederlandse taal zuiverder te maken, dat zelfs de woorden zoals "hun" nooit meer terug te vinden zal zijn in de Nederlandse taal.
Maar Geert, kom op, pak uw kans, nu is het het juiste moment om ons te kunnen overtuigen, dat als u de machtigste man van ons land wordt, dat ú zal zorgen dat Nederland in 2020 armoede- en onveilig- vrij zal zijn.
Ik raad u wel aan om het slogan van Obama, "Yes, we can" niet te gebruiken, nee Geert "Yes, we hope". Denk er wel aan dat u niet alléén een land met meer dan 16 miljoen inwoners kan regeren.
Na de toespraak van gisteren begin ik nu mijn vertrouwen in u te verliezen, het was een goed moment om met de juiste boodschap te komen, maar het was alweer over die stomme hoofdoekjes. Geert, Nederland heeft momenteel een aanzienlijk probleem en daar hebben wij een held voor nodig die alle problemen tesamen kan aanpakken.
Geert, "Yes we hope".
Met vriendelijke groet

Abakoula Argalaless